WCAG 2.0 - Succescriterium 3.3.1 Fout identificatie

Principe 3: Begrijpelijk - Informatie en de bediening van de gebruikersinterface moeten begrijpelijk zijn

Richtlijn 3.3 Assistentie bij invoer: Help gebruikers om fouten te vermijden en ze te verbeteren

Bedoeling van Richtlijn 3.3

Iedereen maakt fouten. Voor mensen met bepaalde functiebeperkingen is het echter nog moeilijker om foutvrij gegevens in te voeren. Bovendien kan het voor hen lastiger zijn om te ontdekken dat ze een fout hebben gemaakt. De gebruikelijke foutmeldingsmethoden zijn voor hen mogelijk niet duidelijk vanwege een beperkt gezichtsveld, beperkte kleurwaarneming of gebruik van hulptechnologie. Deze richtlijn probeert het aantal gemaakte ernstige of onomkeerbare fouten te beperken, de kans te vergroten dat alle fouten door de gebruiker zullen worden opgemerkt en gebruikers te helpen begrijpen wat ze zouden moeten doen om een fout te verbeteren.

Succescriterium 3.3.1 Fout identificatie

3.3.1 Fout identificatie: Als een invoerfout automatisch ontdekt wordt, dan wordt het onderdeel waar de fout zit geïdentificeerd en de fout wordt tekstueel aan de gebruiker meegedeeld. (Niveau A)

Niveau van conformiteit

A

Bedoeling van dit Succescriterium

De bedoeling van dit Succescriterium is om te garanderen dat gebruikers zich ervan bewust zijn dat een fout is ontstaan en kunnen vaststellen wat er mis is. De foutmelding zou zo specifiek mogelijk moeten zijn. In het geval waarin de verzending van een formulier niet is gelukt, is het opnieuw tonen van het formulier en het markeren van de foutief ingevulde velden voor sommige gebruikers niet voldoende om waar te nemen dat er een fout is ontstaan. Zo zullen gebruikers van schermlezers niet weten dat er sprake was van een fout, tot ze een van de indicatoren aantreffen. Ze kunnen het formulier zelfs helemaal verlaten voordat ze de foutindicator tegenkomen, met het idee dat de pagina gewoonweg niet goed functioneert.

De identificatie en beschrijving van een fout kan worden gecombineerd met programma-informatie die user agents of hulptechnologieën kunnen gebruiken om een fout te identificeren en foutinformatie aan de gebruiker aan te bieden. Bepaalde technologieën kunnen bijvoorbeeld specificeren dat de invoer van de gebruiker niet buiten een bepaald bereik mag vallen, of dat een formulierveld vereist is. Momenteel wordt dit soort programma-informatie nog door weinig technologieën ondersteund, maar het wordt door het succescriterium noch vereist, noch verhinderd.

Het is volkomen acceptabel om de fout op andere manieren aan te geven, zoals door middel van een afbeelding, een kleur, enzovoort, in aanvulling op de tekstbeschrijving.

Zie ook Begrijpen Succescriterium 3.3.3 Foutsuggestie.

Specifieke voordelen van Succescriterium 3.3.1
  • Het aanbieden van informatie over invoerfouten stelt gebruikers die blind zijn of gebruikers met een kleurenzwakte in staat waar te nemen dat er een fout is ontstaan.

  • Dit Succescriterium kan nuttig zijn voor mensen met cognitieve, taal- en leermoeilijkheden die moeite hebben om de betekenis van iconen en andere visuele aanwijzingen te begrijpen.

Definities
invoerfout

door de gebruiker geleverde informatie die niet geaccepteerd wordt

Opmerking: dit omvat:

  1. informatie die de webpagina vereist, maar door de gebruiker wordt weggelaten;

  2. informatie die door de gebruiker wordt ingevoerd maar buiten de vereiste gegevensindeling of waardenbereik valt.

Voldoen aan succescriterium 3.3.1 Fout identificatie (niveau A)

Afdoende technieken: technieken of combinaties van technieken die volstaan

Elk genummerd item in deze sectie staat voor een techniek of combinatie van technieken die afdoende wordt beschouwd om aan dit succescriterium te voldoen. Met de genoemde technieken wordt pas aan het succescriterium voldaan indien ze in overeenstemming zijn met de conformiteitseisen.

Bron: How to meet WCAG 2.0, success criterion 3.3.1 (Engelstalig)
Links in deze sectie verwijzen naar Engelstalige content.

Instructie: Kies hieronder de situatie die van toepassing is op de te beoordelen content. Elke situatie bevat genummerde technieken (of combinaties van technieken) die voor de desbetreffende situatie als afdoende wordt beschouwd.

Situatie A: Als een formulier velden bevat waarvoor informatie van de gebruiker verplicht is.
  1. G83: Tekstbeschrijvingen aanbieden om verplichte velden aan te duiden die niet (volledig) zijn ingevuld

  2. ARIA21: Aria-Invalid gebruiken om te wijzen op een formulierveld met een foutmelding (ARIA)

  3. SCR18: Client-side validatie en alarmmelding aanbieden (Scripting)

  4. PDF5: Verplichte formulierelementen aangeven in PDF-formulieren (PDF)

  5. SL35: De Validation en ValidationSummary API's gebruiken om client-side formuliervalidatie toe te passen in Silverlight (Silverlight)

Situatie B: Als door de gebruiker geleverde informatie binnen een bepaalde gegevensindeling of een bepaald waardenbereik moet vallen.
  1. ARIA18: aria-alertdialog gebruiken om fouten aan te geven (ARIA)

  2. ARIA19: ARIA role=alert of Live Regions gebruiken om fouten aan te geven (ARIA)

  3. ARIA21: Aria-Invalid gebruiken om te wijzen op een formulierveld met een foutmelding (ARIA)

  4. G84: Een tekstbeschrijving aanbieden als de gebruiker informatie aanbiedt die niet op de lijst met toegestane waarden staat

  5. G85: Een tekstbeschrijving aanbieden als gebruikersinvoer buiten de vereiste indeling of waarden valt

  6. SCR18: Client-side validatie en alarmmelding aanbieden (Scripting)

  7. SCR32: Client-side validatie aanbieden en via het DOM een foutmelding toevoegen (Scripting)

  8. FLASH12: Client-side validatie aanbieden en fouttekst toevoegen via de toegankelijke beschrijving (Flash)

  9. PDF22: De gebruiker attenderen als invoer in PDF-formulieren niet voldoet aan de vereiste indeling of waarden (PDF)

  10. SL35: De Validation en ValidationSummary API's gebruiken om client-side formuliervalidatie toe te passen in Silverlight (Silverlight)

Aanbevolen technieken: technieken die verder gaan dan is vereist

De items in deze sectie gaan verder dan wat is vereist om aan het succescriterium te voldoen. Ze kunnen worden gebruikt om content optimaal toegankelijk te maken.
Gebruik van aanbevolen technieken heeft geen invloed op het niveau van conformiteit dat kan worden geclaimd.

Bron: How to meet WCAG 2.0, success criterion 3.3.1 (Engelstalig)
Links in deze sectie verwijzen naar Engelstalige content.

  • G139: Een mechanisme creëren dat gebruikers de gelegenheid biedt naar fouten te springen

  • Ingediende formulieren door de server valideren (toekomstige link)

  • Een formulier opnieuw weergeven met een opsomming van de fouten (toekomstige link)

  • De gebruiker attenderen op fouten terwijl deze informatie invoert (toekomstige link)

  • Informatie over het attenderen op fouten opnemen in de paginatitel (toekomstige link)

  • Markeren of visueel benadrukken van fouten op de plaats waar ze optreden (toekomstige link)

  • Tekst aanvullen met niet-tekstuele content bij het rapporteren van fouten (toekomstige link)

  • G199: Succes-feedback aanbieden als verzending van gegevens is gelukt

  • Geluiden gebruiken om de aandacht van de gebruiker te trekken (toekomstige link)

Aanbevolen technieken voor richtlijn 3.3

Bron: How to meet WCAG 2.0, guideline 3.3 (Engelstalig)
Links in deze sectie verwijzen naar Engelstalige content.

  • Optionele formuliervelden verbergen (toekomstige link)

Gangbare fouten: praktijksituaties die veroorzaken dat webcontent niet voldoet

Als een 'gangbare fout' uit deze sectie van toepassing is, dan wordt niet aan het succescriterium voldaan.

Bron: How to meet WCAG 2.0, success criterion 3.3.1 (Engelstalig)
Links in deze sectie verwijzen naar Engelstalige content.

(Er zijn nog geen gangbare fouten gedocumenteerd)

Normatieve content op deze pagina

De volgende content op deze pagina heeft de status 'normatief' en is ongewijzigd overgenomen uit het normdocument Webrichtlijnen versie 2: