WCAG 2.0 - Succescriterium 1.1.1 Niet-tekstuele content

Principe 1: Waarneembaar - informatie en componenten van de gebruikersinterface moeten toonbaar zijn aan gebruikers op voor hen waarneembare wijze

Richtlijn 1.1 Tekstalternatieven: Lever tekstalternatieven voor alle niet-tekstuele content, zodat die veranderd kan worden in andere vormen die mensen nodig hebben, zoals grote letters, braille, spraak, symbolen of eenvoudiger taal

Bedoeling van Richtlijn 1.1

Het doel van deze richtlijn is om te garanderen dat alle niet-tekstuele content ook beschikbaar is als tekst. "Tekst" verwijst naar elektronische tekst, niet naar een afbeelding van tekst. Elektronische tekst heeft als unieke voordeel dat het presentatieneutraal is. Dat wil zeggen, het kan visueel, auditief, of tastbaar worden gepresenteerd, of door elke combinatie hiervan. Daardoor kan in elektronische tekst weergegeven informatie worden gepresenteerd in elke vorm die het best aansluit bij de behoeften van de gebruiker. Het kan ook gemakkelijk worden vergroot, of hardop worden uitgesproken, zodat het gemakkelijker te begrijpen is voor mensen met leesmoeilijkheden, of het kan worden weergegeven in die tastbare vorm die het best aansluit bij de behoeften van een gebruiker.

Opmerking:Terwijl onder het veranderen van content in symbolen ook de verandering in grafische symbolen voor mensen met ontwikkelingsstoornissen en problemen met spraakbegrip wordt verstaan, blijft het niet beperkt tot dit gebruik van symbolen.

Succescriterium 1.1.1 Niet-tekstuele content

1.1.1 Niet-tekstuele content: Alle niet-tekstuele content die aan de gebruiker wordt gepresenteerd, heeft een tekstalternatief dat een gelijkwaardig doel dient, behalve voor de hierna vermelde situaties. (Niveau A)

  • Bedieningselementen, invoer: Als niet-tekstuele content een bedieningselement is of gebruikersinvoer accepteert, dan heeft ze een naam die het doel ervan beschrijft. (We verwijzen naar Succescriterium 4.1.2 voor aanvullende eisen ten aanzien van bedieningselementen en content die gebruikersinvoer accepteren.)

  • Op tijd gebaseerde media: Als niet-tekstuele content op tijd gebaseerde media is, dan leveren tekstalternatieven ten minste een beschrijving van de niet-tekstuele content. (We verwijzen naar Richtlijn 1.2 voor aanvullende eisen ten aanzien van media.)

  • Test: Als niet-tekstuele content een test of oefening is die, als ze door middel van tekst gepresenteerd wordt onjuist zou zijn, dan leveren tekstalternatieven ten minste een beschrijving van de niet-tekstuele content.

  • Zintuiglijk: Als niet-tekstuele content primair is bedoeld om een specifieke zintuiglijke ervaring te creëren, dan leveren tekstalternatieven ten minste een beschrijving van de niet-tekstuele content.

  • CAPTCHA: Als het doel van niet-tekstuele content is om te bevestigen dat content wordt gebruikt door een persoon in plaats van een computer, dan worden tekstalternatieven geleverd die het doel van de niet-tekstuele content identificeren en beschrijven. En er worden alternatieve vormen van CAPTCHA aangeboden gebruikmakend van uitvoermodes voor verschillende soorten van zintuiglijke perceptie om tegemoet te komen aan verschillende functiebeperkingen.

  • Decoratie, opmaak, onzichtbaar: Als niet-tekstuele content puur decoratief is, slechts voor visuele opmaak wordt gebruikt, of niet aan gebruikers wordt gerepresenteerd, dan wordt ze op zo'n manier geïmplementeerd dat ze genegeerd kan worden door hulptechnologie.

Niveau van conformiteit

A

Bedoeling van dit Succescriterium

De bedoeling van dit Succescriterium is om informatie die wordt overgebracht door niet-tekstuele content toegankelijk te maken door middel van een tekstalternatief. Tekstalternatieven vormen een primaire manier om informatie toegankelijk te maken, aangezien deze voor alle zintuigen waarneembaar kunnen worden gemaakt (bijvoorbeeld visueel, hoorbaar of tastbaar) om tegemoet te komen aan de behoeften van de gebruiker. Door tekstalternatieven aan te bieden, kan de informatie op verschillende manieren door verschillende user agents worden weergegeven. Zo kan een persoon die een afbeelding niet kan zien, het tekstalternatief hardop laten voorlezen met behulp van synthetische spraak. Iemand die een audiobestand niet kan horen, kan het tekstalternatief laten weergeven, zodat hij of zij het kan lezen. In de toekomst zullen tekstalternatieven het ook mogelijk maken om informatie gemakkelijker te vertalen in bijvoorbeeld gebarentaal of een meer eenvoudige variant van dezelfde taal.

Opmerking over CAPTCHA

CAPTCHA's vormen een omstreden onderwerp in de internetgemeenschap die zich bezighoudt met toegankelijkheid. Zoals is beschreven in het artikel Inaccessibility of CAPTCHA, overstijgen CAPTCHA's in wezen de grenzen van het menselijke kunnen in een poging geautomatiseerde processen te verhinderen. Elk type CAPTCHA zal door personen met bepaalde functiebeperkingen niet kunnen worden ingevuld. Het gebruik ervan is echter wijdverbreid, en de WCAG-werkgroep meent dat als CAPTCHA's helemaal zouden worden verboden, websites er eerder voor zouden kiezen om niet te voldoen aan de Richtlijnen voor Toegankelijkheid van Webcontent dan om te stoppen met het gebruik van CAPTCHA's. Dit zou voor veel meer gebruikers met functiebeperkingen drempelverhogend werken. Om die reden heeft de werkgroep ervoor gekozen om de eis met betrekking tot CAPTCHA's zo vorm te geven dat deze aansluit bij de behoeften van de meeste mensen met functiebeperkingen, en ook voor websites toepasbaar wordt geacht. De eis tot het bieden van twee verschillende vormen van een CAPTCHA op een site garandeert dat de meeste mensen met functiebeperkingen een vorm zullen vinden die zij kunnen gebruiken.

Omdat sommige gebruikers met functiebeperkingen nog steeds geen toegang zouden kunnen krijgen tot websites die aan de minimumeisen voldoen, doet de werkgroep aanbevelingen voor aanvullende stappen. Organisaties die zich willen conformeren aan WCAG, zouden zich bewust moeten zijn van het belang en zo ver mogelijk boven de minimumeisen van de webrichtlijnen uit moeten komen. Aanvullende aanbevolen stappen zijn onder andere:

  • Het aanbieden van meer dan twee vormen van CAPTCHA's

  • Het toegang bieden tot een helpdeskmedewerker die CAPTCHA's kan omzeilen

  • Het invullen van CAPTCHA's niet verplichten voor geautoriseerde gebruikers

Aanvullende informatie

Niet-tekstuele content kan verschillende vormen aannemen, en dit Succescriterium specificeert hoe elke vorm moet worden gehanteerd.

Voor niet-tekstuele content die niet wordt afgedekt door een van de hieronder genoemde overige situaties, zoals grafieken, diagrammen, geluidopnamen, afbeeldingen en animaties, kunnen tekstalternatieven dezelfde informatie beschikbaar maken in een vorm die in elke modaliteit kan worden gepresenteerd (bijvoorbeeld visueel, hoorbaar of tastbaar). Om de informatie in de niet-tekstuele content weer te geven, kunnen al naar behoefte korte en lange tekstalternatieven worden gebruikt. Let erop dat het hierbij gaat om vooraf opgenomen louter-geluid- en vooraf opgenomen louter-videobeeld-bestanden. Live louter-geluid- en Live louter-videobeeldbestanden worden hieronder besproken (zie derde hiernavolgende alinea).

Voor niet-tekstuele content die een bedieningselement is of gebruikersinvoer accepteert, zoals afbeeldingen die worden gebruikt als verzendknop, image maps of complexe animaties, wordt er een naam aan gegeven om het doel van de niet-tekstuele content te beschrijven, zodat de gebruiker tenminste weet wat de niet-tekstuele content is en waarom het op de webpagina staat.

Niet-tekstuele content die op tijd gebaseerde media is wordt toegankelijk gemaakt door middel van 1.2. Het is echter van belang dat gebruikers weten wat het is als zij het op een webpagina tegenkomen, zodat ze kunnen besluiten of ze actie moeten ondernemen, en zo ja, welke. Daarom wordt een tekstalternatief geboden dat de op tijd gebaseerde media beschrijft en/of de titel ervan aangeeft.

Voor louter-geluid- en live louter-videobeeldcontent, kan het veel moeilijker zijn om tekstalternatieven te bieden die gelijkwaardige informatie verstrekken als de louter-geluid- en live louter-videobeeldcontent. Voor deze vormen van niet-tekstuele content bieden tekstalternatieven een beschrijvend label.

Soms moet er een test of oefening gedeeltelijk of geheel in niet-tekstuele vorm worden weergegeven. Er wordt audio- of visuele informatie verstrekt die niet in tekst kan worden omgezet, omdat de toets of oefening met dat zintuig moet worden uitgevoerd. Zo zou een gehoortoets ongeldig zijn als er een tekstalternatief werd gegeven. En net zo zou een oefening om visuele vaardigheden te ontwikkelen geen zin hebben als deze in tekst werd omgezet. Ook een spellingstoets met tekstalternatieven zou weinig effect hebben. In deze gevallen zouden er tekstalternatieven moeten worden aangeboden om de bedoeling van de niet-tekstuele content te beschrijven; de tekstalternatieven moeten natuurlijk niet dezelfde informatie leveren die nodig is om de toets te halen.

Soms is content primair bedoeld om een specifieke zintuiglijke ervaring te creëren die niet volledig in woorden kan worden weergegeven. Denk bijvoorbeeld aan een orkestrale uitvoering, beeldende kunst, enzovoort. Voor zulke content, zullen tekstalternatieven ten minste een beschrijvend label moeten toekennen aan de niet-tekstuele content, en waar mogelijk, aanvullende beschrijvende tekst. Als de reden waarom de content op de webpagina is opgenomen bekend is en kan worden beschreven, is het handig om die informatie op te nemen.

Soms worden er niet-tekstuele oefeningen opgegeven die worden gebruikt om te toetsen of de gebruiker menselijk is. Om te voorkomen dat spamrobots en andere software toegang krijgen tot een website, wordt gebruikgemaakt van een CAPTCHAtest. Bij dergelijke testen moeten meestal visuele of auditieve taken worden uitgevoerd die de huidige capaciteiten van webrobots te boven gaan. Als er echter een tekstalternatief voor zou worden aangeboden, zouden ze wel door robots uitgevoerd kunnen worden, waarmee het doel van de tests teniet zou worden gedaan. In dit geval zou een tekstalternatief het doel van de CAPTCHA moeten beschrijven, en er zouden alternatieve vormen worden aangeboden die gebruikmaken van andere modaliteiten om tegemoet te komen aan de behoeften van mensen met verschillende functiebeperkingen.

Soms is er niet-tekstuele content die eigenlijk niet zichtbaar of begrijpelijk zou moeten zijn voor de gebruiker. Enkele voorbeelden hiervan zijn transparante afbeeldingen die worden gebruikt om de tekst op een webpagina te verschuiven; een onzichtbare afbeelding waarmee gebruiksstatistieken worden bijgehouden; en een spiraalvorm in de hoek die geen informatie biedt, maar alleen een lege ruimte opvult om een esthetisch effect te creëren. Het toevoegen van alternatieve tekst aan zulke elementen leidt gebruikers van screenreaders alleen maar af van de content op de pagina. Als echter de content helemaal niet wordt gemarkeerd, blijven gebruikers raden naar wat de niet-tekstuele content is en welke informatie ze misschien hebben gemist (zelfs al hebben ze in werkelijkheid niets gemist). Daarom wordt dit type niet-tekstuele content op zo'n manier gemarkeerd of geïmplementeerd dat hulptechnologieën deze negeren en niets aan de gebruiker presenteren.

Specifieke voordelen van Succescriterium 1.1.1
  • Dit Succescriterium helpt mensen die moeilijkheden hebben met het waarnemen van visuele content. Hulptechnologie kan tekst hardop voorlezen, visueel weergeven of omzetten in braille.

  • Tekstalternatieven kunnen mogelijk mensen helpen die moeite hebben met het begrijpen van de betekenis van foto's, tekeningen en andere afbeeldingen (bijvoorbeeld lijntekeningen, grafische ontwerpen, schilderijen, driedimensionale weergaven), grafieken, diagrammen, animaties, enzovoort.

  • Mensen die doof of slechthorend zijn, of mensen die om enige reden moeite hebben met het begrijpen van audio-informatie, kunnen de tekstweergave lezen. Er loopt onderzoek naar automatische vertaling van tekst in gebarentaal.

  • Mensen die doofblind zijn, kunnen de tekst in braille lezen.

  • Aanvullend hierop ondersteunen tekstalternatieven de mogelijkheid om te zoeken naar niet-tekstuele content en om content op tal van manieren te converteren.

Definities
niet-tekstuele content

alle content die niet een sequentie van karakters is die door software bepaald kan worden of waar de sequentie niet iets in menselijke taal uitdrukt

Opmerking: hierbij is inbegrepen ASCII-art (een patroon van tekens), emoticons, leet speak (dat gebruik maakt van karaktersubstitutie) en afbeeldingen die tekst representeren.

tekstalternatief

tekst die door software is geassocieerd met niet-tekstuele content of waarnaar verwezen wordt vanuit tekst die door software is geassocieerd met niet-tekstuele content. Door software geassocieerde tekst is tekst waarvan de locatie door software bepaald kan worden uit de niet-tekstuele content

Voorbeeld: een afbeelding van een grafiek wordt in tekst beschreven in de alinea na de grafiek. Het korte tekstalternatief voor de grafiek geeft aan dat een beschrijving volgt.

Opmerking: zie Understanding "Text Alternatives" voor meer informatie.

naam

tekst waardoor software een component binnen webcontent kan identificeren aan de gebruiker

Opmerking 1: de naam kan verborgen zijn en alleen door hulptechnologie vertoond worden, terwijl een label aan alle gebruikers wordt gepresenteerd. In veel (maar niet alle) gevallen zijn de label en de naam hetzelfde.

Opmerking 2: dit staat los van het name-attribuut in HTML.

tekst

sequentie van karakters die door software bepaald kan worden, waar de sequentie iets in menselijke taal uitdrukt

specifieke zintuiglijke ervaring

een zintuiglijke ervaring die niet puur decoratief is en niet primair belangrijke informatie overbrengt of een functie uitvoert

Voorbeelden: een uitvoering van een fluitsolo, visuele kunst, enz.

CAPTCHA

letterwoord voor "Completely Automated Public Turing test to tell Computers and Humans Apart"

Opmerking 1: CAPTCHA-tests vragen vaak aan de gebruiker om tekst in te typen die getoond wordt in een onduidelijk gemaakte afbeelding of door middel van vervormd geluid.

Opmerking 2: een Turing-test is een willekeurig systeem van testen die ontworpen zijn om een mens van een computer te onderscheiden. Ze is genoemd naar de beroemde informaticus Alan Turing. De term werd bedacht door onderzoekers aan de universiteit van Carnegie Mellon. [CAPTCHA]

puur decoratief

dient alleen een esthetisch doel, geeft geen informatie en heeft geen functionaliteit

Opmerking: tekst is alleen puur decoratief als de woorden gerangschikt of vervangen kunnen worden zonder dat hun doel verandert.

Voorbeeld: de omslagpagina van een woordenboek heeft willekeurig uitgezochte woorden in zeer lichte tekst op de achtergrond.

hulptechnologie (zoals gebruikt in dit document)

hardware en/of software die handelt als een user agent, of samen met een algemeen gangbare user agent optreedt, om functionaliteit aan te bieden om te voldoen aan de eisen van gebruikers met functiebeperkingen die verder gaan dan wat door gangbare user agents wordt aangeboden

Opmerking 1: door een hulptechnologie aangeboden functionaliteit omvat alternatieve vormen van weergave (bijvoorbeeld als synthetische spraak of vergrote content), alternatieve invoermethoden (bijvoorbeeld stem), aanvullende navigatie- of oriëntatiemechanismen, en contenttransformaties (bijvoorbeeld om tabellen toegankelijker te maken).

Opmerking 2: hulptechnologieën communiceren vaak gegevens en boodschappen met algemeen gangbare user agents door APIs te gebruiken en te monitoren.

Opmerking 3: het verschil tussen algemeen gangbare user agents en hulptechnologieën is niet absoluut. Veel gangbare user agents bieden een aantal opties aan om mensen met een functiebeperking te helpen. Het fundamentele verschil is dat gangbare user agents mikken op brede en diverse doelgroepen die doorgaans mensen met en zonder functiebeperkingen bevatten. Hulptechnologieën mikken op nauwkeurig gedefinieerde bevolkingsgroepen van gebruikers met specifieke functiebeperkingen. De door een hulptechnologie geleverde assistentie is meer specifiek en geschikt voor de behoeften van de beoogde gebruikers. De algemeen gangbare user agent kan belangrijke functionaliteit leveren aan hulptechnologieën als het oproepen van webcontent uit programmaobjecten of het parsen van opmaak tot identificeerbare pakketten.

Voorbeeld: hulptechnologieën die belangrijk zijn in de context van dit document omvatten onder andere:

  • schermvergroters en andere visuele leeshulpmiddelen, die gebruikt worden door mensen met visuele, perceptuele en physical print functiebeperkingen om lettertype, grootte, spatiëring, kleur, synchronisatie met spraak, etc. te veranderen om de visuele leesbaarheid van de weergegeven tekst en afbeeldingen te verbeteren;

  • schermlezers, die gebruikt worden door mensen die blind zijn om tekstuele informatie te lezen door middel van synthetische spraak of braille;

  • software die tekst in synthetische spraak omzet, gebruikt door mensen met cognitieve, taal- en leermoeilijkheden;

  • spraakherkenningsoftware, die gebruikt kan worden door mensen met bepaalde fysieke functiebeperkingen;

  • alternatieve toetsenborden, die gebruikt worden door mensen met bepaalde fysieke functiebeperkingen om het toetsenbord te simuleren (met inbegrip van alternatieve toetsenborden die "head pointers", eenknopsschakelaars, zuig-/blaasschakelaars en andere speciale invoerapparatuur gebruiken).;

  • alternatieve aanwijsapparaten, die gebruikt worden door mensen met zekere fysieke functiebeperkingen om muisaanwijzing en knopactiveringen te simuleren.

Voldoen aan succescriterium 1.1.1 Niet-tekstuele content (niveau A)

Afdoende technieken: technieken of combinaties van technieken die volstaan

Elk genummerd item in deze sectie staat voor een techniek of combinatie van technieken die afdoende wordt beschouwd om aan dit succescriterium te voldoen. Met de genoemde technieken wordt pas aan het succescriterium voldaan indien ze in overeenstemming zijn met de conformiteitseisen.

Bron: How to meet WCAG 2.0, success criterion 1.1.1 (Engelstalig)
Links in deze sectie verwijzen naar Engelstalige content.

Instructie: Kies hieronder de situatie die van toepassing is op de te beoordelen content. Elke situatie bevat genummerde technieken (of combinaties van technieken) die voor de desbetreffende situatie als afdoende wordt beschouwd.

Situatie A: Als een korte beschrijving hetzelfde doel dient en dezelfde informatie presenteert als de niet-tekstele content:
  1. G94: Kort tekstalternatief aanbieden voor niet-tekstuele content die hetzelfde doel dient en dezelfde informatie presenteert als de niet-tekstuele content

    door middel van een van de volgende technieken voor korte-tekstalternatieven voor situatie A:

    Technieken voor korte-tekstalternatieven voor situatie A:
    • ARIA6: aria-label gebruiken om objecten te voorzien van labels (ARIA)

    • ARIA10: aria-labelledby gebruiken om een tekstaltertnatief aan te bieden voor niet-tekstuele content (ARIA)

    • G196: Gebruik van een tekstalternatief op één item van een groep afbeeldingen, waarmee alle items in de groep worden beschreven

    • FLASH1: De name eigenschap aangeven voor een niet-tekstueel object (Flash)

    • FLASH5: Combineren van knoppen met afbeeldingen en met tekst die zich naast elkaar bevinden en die bedoeld zijn voor dezelfde bron (Flash)

    • FLASH28: Tekstalternatieven aanbieden voor ASCII-art, emoticons en leet speak in Flash (Flash)

    • H2: Aangrenzende links voor afbeelding en tekst combineren voor dezelfde hulpbron (HTML)

    • H35: Tekstalternatieven aanbieden op applet elementen (HTML)

    • H37: Gebruik van alt attributen op img elementen (HTML)

    • H53: Gebruik van de body van het object element (HTML)

    • H86: Tekstalternatieven aanbieden voor ASCII art, emoticons en Leetspeak (HTML)

    • PDF1: Afbeeldingen voorzien van tekstalternatieven met /Alt-invoer in PDF-documenten (PDF)

    • SL5: Een Image klasse voor Silverlight definiëren die de focus kan krijgen (Silverlight)

Situatie B: Als een korte beschrijving niet hetzelfde doel dient en dezelfde informatie presenteert als de niet-tekstele content (bijvoorbeeld een grafiek of diagram):
  1. G95: Korte tekstalternatieven aanbieden die een korte beschrijving bieden van de niet-tekstuele content

    door middel van een van de volgende technieken voor korte-tekstalternatieven voor situatie B EN een van de volgende technieken voor lange-tekstalternatieven voor situatie B:

    Technieken voor korte-tekstalternatieven voor situatie B:
    • ARIA6: aria-label gebruiken om objecten te voorzien van labels (ARIA)

    • ARIA10: aria-labelledby gebruiken om een tekstaltertnatief aan te bieden voor niet-tekstuele content (ARIA)

    • G196: Gebruik van een tekstalternatief op één item van een groep afbeeldingen, waarmee alle items in de groep worden beschreven

    • FLASH1: De name eigenschap aangeven voor een niet-tekstueel object (Flash)

    • FLASH5: Combineren van knoppen met afbeeldingen en met tekst die zich naast elkaar bevinden en die bedoeld zijn voor dezelfde bron (Flash)

    • FLASH28: Tekstalternatieven aanbieden voor ASCII-art, emoticons en leet speak in Flash (Flash)

    • H2: Aangrenzende links voor afbeelding en tekst combineren voor dezelfde hulpbron (HTML)

    • H35: Tekstalternatieven aanbieden op applet elementen (HTML)

    • H37: Gebruik van alt attributen op img elementen (HTML)

    • H53: Gebruik van de body van het object element (HTML)

    • H86: Tekstalternatieven aanbieden voor ASCII art, emoticons en Leetspeak (HTML)

    • PDF1: Afbeeldingen voorzien van tekstalternatieven met /Alt-invoer in PDF-documenten (PDF)

    • SL5: Een Image klasse voor Silverlight definiëren die de focus kan krijgen (Silverlight)

    Technieken voor lange-tekstalternatieven voor situatie B:
    • ARIA15: aria-describedby gebruiken om beschrijvingen van afbeeldingen aan te bieden (ARIA)

    • G73: Een lange beschrijving op een andere locatie aanbieden, met een link ernaartoe die vlak naast de niet-tekstuele content staat

    • G74: Een lange beschrijving in tekst aanbieden in de buurt van de niet-tekstuele content, met een verwijzing naar de locatie van de lange beschrijving in de korte beschrijving

    • G92: Lange beschrijving aanbieden voor niet-tekstuele content die hetzelfde doel dient en dezelfde informatie presenteert

    • FLASH2: De description eigenschap (property) aangeven voor een niet-tekstueel object in Flash (Flash)

    • FLASH11: Een langere tekstuele beschrijving van een object aanbieden (Flash)

    • H45: Gebruik van longdesc (HTML)

    • H53: Gebruik van de body van het object element (HTML)

    • SL8: Helptext weergeven in de Silverlight gebruikersinterface (Silverlight)

Situatie C: Als niet-tekstuele content een bedieningselement is of gebruikersinput accepteert:
  1. G82: Een tekstalternatief aanbieden dat de bedoeling aangeeft van de niet-tekstuele content

    door middel van een van de volgende technieken voor tekstalternatieven voor bedieningselementen of gebruikersinput voor situatie C:

    Technieken voor tekstalternatieven voor bedieningselementen of gebruikersinput voor situatie C:
    • ARIA6: aria-label gebruiken om objecten te voorzien van labels (ARIA)

    • ARIA9: aria-labelledby gebruiken om een aaneengeschakeld label te vormen uit meerdere tekstobjecten (ARIA)

    • FLASH6: Toegankelijke 'hotsports' creëren door middel van onzichtbare knoppen (Flash)

    • FLASH25: Een bedieningselement van een formulier van een label voorzien door de toegankelijke naam in te stellen (Flash)

    • FLASH27: Een label aanbieden dat het doel van een knop beschrijft (Flash)

    • FLASH29: De label eigenschap van formuliercomponenten instellen (Flash)

    • FLASH30: Toegankelijke namen voor knoppen met afbeeldingen specificeren (Flash)

    • FLASH32: Automatisch labelen gebruiken om tekstlabels te associëren met bedieningselementen van formulieren (Flash)

    • H24: Tekstalternatieven aanbieden voor de area elementen van image maps (HTML)

    • H30: Linktekst aanbieden die de bedoeling van een link voor anchor elementen beschrijft (HTML)

    • H36: Gebruik van alt attributen op afbeeldingen die als verstuur-knop worden gebruikt (HTML)

    • H44: Gebruik van label elementen om tekstlabels te associëren met bedieningselementen voor formulieren (HTML)

    • H65: Gebruik van het title attribuut om bedieningselementen van formulieren te identificeren als het label element niet kan worden gebruikt (HTML)

    • SL18: Een tekstequivalent aanbieden met AutomationProperties.Name voor niet-tekstuele Silverlight bedieningselementen (Silverlight)

    • SL26: LabeledBy gebruiken om labels en doelen in Silverlight te associëren (Silverlight)

    • SL30: Silverlight control compositing en AutomationProperties.Name gebruiken (Silverlight)

Situatie D: Als niet-tekstuele content op tijd gebaseerde media betreft (inclusief live louter-video en live louter-geluid); een toets of oefening die ongeldig zou zijn als deze in tekst werd weergegeven; of vooral is bedoeld om een specifieke zintuiglijke ervaring te creëren:
  1. Een beschrijvend label aanbieden door middel van een van de volgende technieken voor korte-tekstalternatieven voor situatie D:

  2. ARIA6: aria-label gebruiken om objecten te voorzien van labels (ARIA)

  3. ARIA10: aria-labelledby gebruiken om een tekstaltertnatief aan te bieden voor niet-tekstuele content (ARIA)

  4. G68: Een kort tekstalternatief aanbieden dat de bedoeling van live louter-geluidcontent en live louter-videobeeldcontent beschrijft

    door middel van een van de volgende technieken voor korte-tekstalternatieven voor situatie D:

  5. G100: De geaccepteerde naam of een beschrijvende naam van de niet-tekstuele content aanbieden als een kort tekstalternatief

    door middel van een van de volgende technieken voor korte-tekstalternatieven voor situatie D:

    Technieken voor korte-tekstalternatieven voor situatie D:
    • ARIA6: aria-label gebruiken om objecten te voorzien van labels (ARIA)

    • ARIA10: aria-labelledby gebruiken om een tekstaltertnatief aan te bieden voor niet-tekstuele content (ARIA)

    • G196: Gebruik van een tekstalternatief op één item van een groep afbeeldingen, waarmee alle items in de groep worden beschreven

    • FLASH1: De name eigenschap aangeven voor een niet-tekstueel object (Flash)

    • FLASH5: Combineren van knoppen met afbeeldingen en met tekst die zich naast elkaar bevinden en die bedoeld zijn voor dezelfde bron (Flash)

    • FLASH28: Tekstalternatieven aanbieden voor ASCII-art, emoticons en leet speak in Flash (Flash)

    • H2: Aangrenzende links voor afbeelding en tekst combineren voor dezelfde hulpbron (HTML)

    • H35: Tekstalternatieven aanbieden op applet elementen (HTML)

    • H37: Gebruik van alt attributen op img elementen (HTML)

    • H53: Gebruik van de body van het object element (HTML)

    • H86: Tekstalternatieven aanbieden voor ASCII art, emoticons en Leetspeak (HTML)

    • PDF1: Afbeeldingen voorzien van tekstalternatieven met /Alt-invoer in PDF-documenten (PDF)

    • SL5: Een Image klasse voor Silverlight definiëren die de focus kan krijgen (Silverlight)

Situatie E: Als de niet-tekstuele content een CAPTCHA is:
  1. G143: Een tekstalternatief aanbieden dat het doel van de CAPTCHA beschrijft EN G144: Garanderen dat de webpagina nog een CAPTCHA bevat die hetzelfde doel dient met gebruik van een andere modaliteit

Situatie F: Als de niet-tekstuele content zou moeten worden genegeerd door hulptechnologie:
  1. De niet-tekstuele content toepassen of markeren op een manier waarop deze zal worden genegeerd door hulptechnologie door middel van een van de volgende technieken om aan te geven dat tekstalternatieven niet nodig zijn voor situatie F:

    Technieken om aan te geven dat tekstalternatieven niet nodig zijn voor situatie F:
    • C9: Gebruik van CSS om decoratieve afbeeldingen op te nemen (CSS)

    • FLASH3: Objecten in Flash markeren zodat ze kunnen worden genegeerd door hulptechnologieën (Flash)

    • H67: Gebruik van een lege alt tekst en geen title attribuut op img elementen voor afbeeldingen die hulptechnologieën zouden moeten negeren (HTML)

    • PDF4: Decoratieve afbeeldingen verbergen met de /Artifact-tag in PDF-documenten (PDF)

Aanbevolen technieken: technieken die verder gaan dan is vereist

De items in deze sectie gaan verder dan wat is vereist om aan het succescriterium te voldoen. Ze kunnen worden gebruikt om content optimaal toegankelijk te maken.
Gebruik van aanbevolen technieken heeft geen invloed op het niveau van conformiteit dat kan worden geclaimd.

Bron: How to meet WCAG 2.0, success criterion 1.1.1 (Engelstalig)
Links in deze sectie verwijzen naar Engelstalige content.

Algemene technieken voor informatieve niet-tekstuele content (Aanbevolen)
  • Informatieve niet-tekstuele content identificeren (toekomstige link)

  • Korte beschrijvingen kort houden (toekomstige link)

  • Afbeeldingen beschrijven die tekst bevatten (toekomstige link)

  • Een langere beschrijving aanbieden van de niet-tekstuele content, waar slechts een beschrijvend label nodig is, gebruik makend van een technologiespecifieke techniek (toekomstige link)

  • Verschillende groottes voor niet-tekstuele content aanbieden, in geval geen gelijkwaardig toegankelijk alternatief voorhanden is (toekomstige link)

  • Server-side scripts gebruiken om de grootte aan te passen van afbeeldingen van tekst (toekomstige link)

Algemene technieken voor niet-tekstuele content (Aanbevolen)
  • Linken naar tekstuele informatie die vergelijkbare informatie biedt (voorbeeld: voor een webcamera die verkeersinformatie biedt kan een gemeente een link aanbieden naar een tekstuele verkeersrapportage) (toekomstige link)

Algemene technieken om de drempel van CAPTCHA's te minimaliseren
  • Meer dan twee soorten CAPTCHA's aanbieden (toekomstige link)

  • Toegang bieden tot een menselijke dienstverlener die kan helpen om een CAPTCHA te omzeilen (toekomstige link)

  • Geen CAPTCHA gebruiken als gebruikers geautoriseerd zijn (toekomstige link)

HTML Technieken (Aanbevolen)
  • H46: Gebruik van noembed samen met embed (HTML) (HTML)

  • Schrijven voor browsers die frame niet ondersteunen (toekomstige link)

  • Alternatieve content aanbieden voor iframe (toekomstige link)

  • Geen lange beschrijvingen gebruiken voor iframe (toekomstige link)

  • redundante tekstlinks aanbieden voor client-side image maps (toekomstige link)

CSS Technieken (Aanbevolen)
  • C18: Gebruik van CSS-regels voor marge ("margin") en ruimte ("padding") in plaats van transparante GIFs bij lay-outontwerp (CSS) (CSS)

  • Gebruik van CSS background, :before of :after regels voor decoratieve afbeeldingen, in plaats van img elementen (toekomstige link)

  • Lege tabelcellen weergeven (toekomstige link)

WAI-ARIA technieken (Advisory)
  • Gebruik van de ARIA presentation role om elementen aan te geven die enkel voor presentatie zijn bedoeld (toekomstige link)

Silverlight Technieken (Aanbevolen)
  • SL19: Instructies voor de gebruiker aanbieden met AutomationProperties.HelpText in Silverlight (Silverlight) (Silverlight)

Metadata technieken (Aanbevolen)
  • Metadata gebruiken om teksttranscripties te associëren met een videofragment (toekomstige link)

  • Metadata gebruiken om teksttranscripties te associëren met louter-geluid content (toekomstige link)

    • VOORBEELD: URI('s) aanbieden, in metadata, die verwijzen naar een auditieve beschrijving en naar een teksttranscriptie van een videofragment.

    • VOORBEELD: URI('s) aanbieden, in metadata, die verwijzen naar verschillende teksttranscripties (Engels, Frans, Nederlands) van een geluidsbestand.

Aanbevolen technieken voor richtlijn 1.1

Bron: How to meet WCAG 2.0, guideline 1.1 (Engelstalig)
Links in deze sectie verwijzen naar Engelstalige content.

  • Gebarentaal aanbieden voor louter-geluid bestanden (toekomstige link)

Gangbare fouten: praktijksituaties die veroorzaken dat webcontent niet voldoet

Als een 'gangbare fout' uit deze sectie van toepassing is, dan wordt niet aan het succescriterium voldaan.

Bron: How to meet WCAG 2.0, success criterion 1.1.1 (Engelstalig)
Links in deze sectie verwijzen naar Engelstalige content.

  • F3: Voldoet niet aan Succescriterium 1.1.1 doordat CSS is gebruikt om afbeeldingen op te nemen die belangrijke informatie overbrengen

  • F13: Voldoet niet aan Succescriterium 1.1.1 en 1.4.1 doordat er een tekstalternatief wordt aangeboden dat niet de informatie bevat die wordt overgebracht door kleurverschillen in de afbeelding

  • F20: Voldoet niet aan Succescriteria 1.1.1 en 4.1.2 doordat tekstalternatieven niet worden geactualiseerd als er veranderingen in niet-tekstuele content optreden

  • F30: Voldoet niet aan Succescriteria 1.1.1 en 1.2.1 doordat er tekstalternatieven worden gebruikt die geen alternatieven zijn (bijvoorbeeld bestandsnamen of vultekst)

  • F38: Voldoet niet aan Succescriterium 1.1.1 doordat decoratieve afbeeldingen niet zijn gecodeerd in HTML op een manier waardoor hulptechnologieën ze kunnen negeren

  • F39: Voldoet niet aan Succescriterium 1.1.1 doordat er voor afbeeldingen die door hulptechnologieën zouden moeten worden genegeerd een tekstalternatief wordt aangeboden dat niet leeg is (bijvoorbeeld alt="spacer" of alt="image")

  • F65: Voldoet niet aan Succescriterium 1.1.1 doordat het alt attribuut of tekstalternatief is weggelaten op img elementen, area elementen en input elementen van type "image"

  • F67: Voldoet niet aan Succescriteria 1.1.1 en 1.2.1 doordat er een lange beschrijving voor niet-tekstuele content is aangeboden die niet hetzelfde doel dient of niet dezelfde informatie presenteert

  • F71: Voldoet niet aan Succescriterium 1.1.1 doordat er evenbeelden ("lookalikes") van tekst zijn gebruikt om tekst voor te stellen zonder dat er een tekstalternatief is aangeboden

  • F72: Voldoet niet aan Succescriterium 1.1.1 doordat er gebruik is gemaakt van ASCII art zonder dat er een tekstalternatief is aangeboden

Normatieve content op deze pagina

De volgende content op deze pagina heeft de status 'normatief' en is ongewijzigd overgenomen uit het normdocument Webrichtlijnen versie 2: